Bekijk de video voor een demonstratie van deze werkvorm of lees de beschrijving, inclusief variaties, aandachtspunten en tips. Suggesties voor toepassing van deze werkvorm:

1-op-1 coaching

teamcoaching

intervisie

probleem analyse

persoonlijke ontwikkeling

context

Deze werkvorm helpt je om te vertragen en te verkennen waar een situatie mogelijk mee te maken heeft. Je kunt het gebruiken als start van een intervisie, (team)coaching of probleemanalyse.

demonstratieĀ 

beschrijving

  1. Spreid de kaarten, met de vraagkanten naar boven, voor je uit. Gesorteerd op kleur.
  2. Als je dit met iemand samen doet, leg je uit wat de verschillen zijn tussen de kleuren:
    • De lichtblauwe vragen zijn niet specifiek op iets gericht. Ze zijn zo algemeen dat ze letterlijk over alles zouden kunnen gaan. Het voordeel hiervan is dat er geen enkele richting of vooronderstelling in opgesloten zit.
    • De lichtgroene vragen, die zijn persoonlijk. Die laten je naar binnen kijken. Naar wat voor jou waar is en hoe jij jezelf kent.
    • De donkergroene vragen gaan over waarom stoelendans zo’n spannend spelletje is en waarom krijsende peuters bedaren als ze op de gang moeten zitten en een paar minuten niet meer mogen meedoen met het gezinsleven. Het gaat over insluiten en uitsluiten. Een belangrijk mechanisme om het goed te laten gaan.
    • Een tweede mechanisme waardoor dingen vanzelf goed kunnen gaan is die van ordening. Alles op z’n eigen plek. Als kinderen zich gaan gedragen alsof zij de ouders zijn, en zij de beslissingen nemen dan gaat het mis. Als een coach besluiten neemt voor een coachee, dan wordt het patroon door de coachvraag versterkt en is er geen echte ontwikkeling. Als een medewerker verantwoordelijkheden draagt die feitelijk van de manager zijn, dan verzwakt iedereen. Hier gaan de donkerblauwe vragen over.
    • De gele vragen gaan over waarom het zo vervelend is als je een te groot cadeau krijgt. De financiĆ«le waarde kan een grote aantrekkingskracht hebben maar een te groot cadeau verzwakt de relatie eerder dan dat het versterkt. In gezonde relaties is een dynamisch evenwicht tussen nemen en geven.
  3. Vraag je gesprekspartner waar het in deze situatie zeker niet over gaat. De kaarten uit deze categorie haal je weg. Zorg wel dat de kaarten in beeld blijven, leg ze ergens in een hoek van de tafel bijvoorbeeld.
  4. Er zijn nu nog vier categorieƫn over. Waar gaat het nog meer niet over? Leg ook deze categorie met vragen aan de kant.
  5. Dan vraag je waar het mogelijk wel over zou kunnen gaan. Dit is een heel andere vraag: waar zou het mogelijk wel over kunnen gaan? Die categorie laat je liggen.
  6. Er zijn nog twee categorieƫn over waar nog geen keuze over gemaakt is. Van deze twee, waar gaat het hier nu het minst over? Leg deze ook apart.
  7. De laatste twee categorieĆ«n liggen er nog. Waar gaat het misschien neĢt een beetje meer over? Die categorie laat je liggen. Het gaat natuurlijk niet om wat er ligt, maar op het proces van kiezen. Stel ondertussen alle vragen die in je opkomen, die je relevant lijken.
  8. Controleer of de goede categorie is blijven liggen, bijvoorbeeld met de volgende vragen:
    • Klopt het dat het over … gaat?
    • Hoe weet je dat?
    • Wat vertelt je lichaam je?
    • Klopt het dat het hierover gaat, of is het misschien een toch meer een mix van categorieĆ«n?
  9. Eindig met de vraag: ā€˜hoe zullen we verder gaan?’.

variaties

  • De kaarten die niet gekozen worden kun je ook helemaal verwijderen. Stop ze bijvoorbeeld nonchalant weer terug in het doosje. Let dan goed op hoe hierop gereageerd wordt. Speel met hoeveel controle je de ander wel of niet geeft over je aanpak. Het effect is dat de ander beter zijn eigenaarschap kan voelen en pakken.
  • Je kunt bij stap 9 ook meer directief eindigen dan met zo’n open vraag. Leg bijvoorbeeld een paar keuzes voor: alle vragen beantwoorden, nog een verdere selectie maken in de vragen of een geleide meditatie doen met de vragen.
  • Verdeel de vragen uit de overgebleven categorie onder mensen aan wie die specifieke vraag gesteld zou moeten worden. Verken eerst waarom juist die vraag aan die persoon, en maak vervolgens afspraken voor de uitvoering.

aandachtspunten en tips

  • De uitleg bij stap 2 over hoe systemen via deze wetmatigheden zorgen voor hun overleg, kun je natuurlijk vervangen door je eigen uitleg hierover. Gebruik zo veel mogelijk eigen voorbeelden.
  • Vraag – bij de stappen met het wegleggen van de categorieĆ«n met vragen – waĢaĢrom het niet over dit soort vragen gaat. Hoe weet je dat?
  • Volg heel goed hoe de ander reageert wanneer je de kaarten apart legt. Blijft hij/zij kijken naar de vragen bijvoorbeeld? Of zie je een verandering in de adem? Dit kunnen indicaties zijn dat er toch iets van waarde zit in de weggelegde kaarten. Je kunt vragen naar wat hij/zij het liefste zou willen doen en vanuit daar verder werken.

jouw ervaring

Heb je ervaring met deze werkvorm? Leuk als je deelt hoe je het gebruikt hebt. En nog leuker als je je eigen variaties en tips toevoegt! Schrijf je reactie in het witte vlak hieronder.

Bepaal zelf of je je naam en eventueel contactgegevens toevoegt maar reacties die te veel naar promotie neigen, zullen worden verwijderd.

 

0 Comments